De oude knotwilg  (vrij naar Carl Ewald )

Er was er eens een oude knotwilg. Hij stond aan de sloot, en was best tevreden. Een eindje verderop stond een populier, keurig en recht De knotwilg was de knotwilg, en de populier was de populier. Ieder stroomde zijn eigen energie. De aarde leverde knotwilgenvoeding aan de knotwilg, en populierenvoeding aan de populier.

Op zekere dag had de knotwilg het niet naar z’n zin. Om de een of andere reden zaten z’n bladeren niet goed, z’n wortels jeukten en hij wilde es wat ánders! Die rommelige takkezooi boven op z’n bol, dat bleef ook maar tobben. Nee, dan die populier; die stond mooi rechtop, statig te ruisen in de avondbries, de morgenbries, de doordeweekse bries. Ja, zelfs met hevige storm boog de populier keurig een beetje mee, en ruiste.

De knotwilg kreeg de pest in. Hij wilde ook ruisen en buigen en keurig netjes enzo.

De volgende morgen begon de knotwilg met het stromen van populierenvoeding. Nou ja, stromen? .. Het viel nog niet mee. Het was nog hard werken, en de knotwilg moest erg z’n best doen! Z’n takken waren nooit recht genoeg, z’n bladeren wilden maar niet elegant ruisen zoals de populier op een zomeravond dat kon, en z’n wortels jeukten verschrikkelijk of deden ronduit pijn. En nog was het niet genoeg. De oude knotwilg werd moe, en zag het eigenlijk niet meer zo zitten. De oude knotwilg werd ziek. Hij kreeg steeds meer behoefte aan verandering, maar z’n takken stonden stijf van de perfectie, van het z’n best doen. Er zat bijna geen beweging meer in, het moest allemaal zùs en zó, en het deed steeds meer pijn, die stramme houding.

En toen, als een wonder, bedacht de knotwilg zich, dat hij ook helemaal geen populier wás, en ook helemaal niet hoefde te zijn. En de knotwilg vroeg aan de aarde: “zeg aarde, heb je misschien weer knotwilgenvoeding voor mij?” En zo begon er een hele ontdekkingstocht voor de knotwilg, over wie hij eigenlijk was. Beetje bij beetje ontdooide hij z’n takken en ervoer daarbij hun hele speciale knotwilgen kwaliteiten en vond daar z’n hart in. Met de wortels en de rest, z’n hele zijn, ging het net zo. Hij ontdekte wie en wat hij was, vondt de liefde voor hemzelf en leefde nog lang en gelukkig.